Hoog risico land
‘Toen ik bij de directie Afrika werkte en werd gevraagd anderhalf jaar in Afghanistan op de Nederlandse ambassade te gaan werken, zei ik direct ja. Het is een hoog risico land. Je krijgt te maken met aanslagen en verscherpte beveiliging. Je bewegingsvrijheid wordt enorm beperkt. In je eentje de straat op, zit er niet in. Er gaat altijd beveiliging mee. Ook als je uit eten wilt. Ik was daar verantwoordelijk voor ontwikkelingssamenwerkingsprojecten in Kabul en de provincie Uruzgan. Onder andere de bouw van een vliegveld en van een school. In de hoofdstad Kabul voerde ik bijvoorbeeld gesprekken met het ministerie van onderwijs om hun steun te krijgen voor onderwijsprojecten ter plaatse. Aan de andere kant bezoek ik de bouwplaats in Uruzgan om de vorderingen van de bouw van een vliegveld te bekijken.
Sociale relevantie
Na Afghanistan kwam ik bij de directie Stabiliteit en Humanitaire Hulp op het ministerie in Den Haag terecht waar ik mij weer bezig hield met onderwerpen die voor mij vertrouwd zijn vanuit mijn achtergrond bij Artsen Zonder Grenzen. En ik moet zeggen, daar ligt mijn passie, in de noodhulpspecialisatie. De sociale relevantie ervan, concreet iets kunnen bijdragen, daar zit het ‘m in. Een keer in de drie weken ben ik 24 uur per dag ‘on call’. Met tyfoon Hagupit in de Filippijnen bijvoorbeeld staat alles weer op scherp.
Zo ook tijdens tyfoon Haiyan in de Filippijnen en bij de overstromingen op de Balkan. Er wordt een crisisteam samengesteld van mensen die op dat moment beschikbaar zijn. Dan bekijk je of Nederland een bijdrage gaat leveren en er Nederlandse experts in EU- of VN-teams naartoe gaan en goederen of hulpmiddelen. Bij ebola resulteerde dat in de inzet van het marineschip de Karel Doorman. Een ramp betekent opschalen, in de gaten houden en zorgen dat de minister geïnformeerd wordt.
Technisch inzicht en coördinatievermogen
Op de een of andere manier beland ik altijd wel aan de technische of logistieke kant van mijn werk. Zo heb ik geholpen met de planning van twee hulpvluchten naar de Filippijnen na Tyfoon Haiyan en naar Irak afgelopen zomer. Ik ben zelf meegeweest met de hulpvlucht. Je werkt heel hard. Dat je concreet ziet wat je werk doet, is een kers op de taart. Wat ebola betreft ben ik de contactpersoon in het ebolateam specifiek voor de logistieke bevoorrading van het marineschip de Karel Doorman. Je maakt continu berekeningen: hoeveel goederen hebben we, wat kan er nog bij, zit de juiste documentatie erbij. Het vraagt veel van mijn technisch inzicht en coördinatievermogen om dit allemaal in goede banen te leiden. Gelukkig heb ik een technische achtergrond en werk ik goed samen met mijn collega’s bij het ministerie van Defensie die de echte technische kennis hebben. En toen het schip voor de tweede keer uitging, voelde ik me stiekem wel een beetje trots.’